Hoge bomen, veel wind

column"Hoge bomen, veel wind," antwoordde ik op de vraag van mijn Amsterdamse vriend toen hij vroeg wat er zo kenmerkend is voor Goeree-Overflakkee. Natuurlijk is het eiland veel meer dan dat, maar hoe leg je dat uit aan een verstokte Hoofdstedeling? Dat je fiets hier niet direct wordt gestolen als je hem per ongeluk open hebt laten staan? Dat de mensen elkaar op straat nog gewoon groeten?

Zelfs mijn onlangs overleden schoonvader uit het Schouwense Dreischor reageerde sceptisch op ons voornemen een vakantiehuisje op Flakkee te kopen. "Je hebt toch al een huis? Bovendien koop je werk!"

Beide opmerkingen had ik niet kunnen weerleggen, de man had simpelweg gelijk. In en om het huis is namelijk altijd wel wat te doen. Maar toch kwam het huisje er. Sindsdien is er bijna tien jaar gepasseerd. In die tijd heb ik Flakkee leren waarderen. Ik had nooit kunnen denken dat ik er als rasecht Amsterdams straatschoffie zou kunnen aarden. Maar het weekeindleven op het eiland is ongecompliceerd en dus ontspannend. Op zaterdagmorgen loop ik op mijn gemak naar de plaatselijke bakker en maak daar een praatje. 's Middags lunchen we vaak in Middelharnis en kuieren mijn vrouw en ik wat over de dijk. In de avonduren fietsen wij bij mooi weer vaak naar de Slikken van Flakkee in de hoop een paar reeën te kunnen ontdekken. Ook rommel ik wat in de tuin, hoewel ik daar absoluut geen verstand van heb. Alles op mijn gemak. De hectiek komt op maandagmorgen in Rotterdam wel weer. Maar ja, hoe leg je dat gevoel uit aan een geboren en getogen Amsterdammer die zijn stad zelden of nooit verlaat?

"Ach," zei ik gemaakt filosofisch: "Het weekeind duurt hier gewoon wat langer. Dat is een groot voordeel." De blik die ik toegeworpen kreeg sprak boekdelen.

Door Koen Vugs

DeltaFiber