Ik ben geen junk!

columnIn de herfst hebben veel mensen last van verkoudheid. Bij mij begint het meestal met een zere keel, vrijwel direct daarna zit mijn neus dicht. Omdat ik een lichte keelpijn voelde opkomen, stapte ik bij een bekende drogisterijketen binnen.

Bij de kassa bleek ik de enige klant. Hoewel ik geniet van de rust van het eiland, ben en blijf ik een Randstedeling met haast; ik sta niet graag in de rij. Achter de balie stond een dame op leeftijd die mij op vriendelijke toon vroeg waarmee ze mij van dienst kon zijn.

"Een flesje Otrivin graag." Haar houding sloeg om van welwillend naar uiterst kritisch. "Mag het ook van het huismerk zijn?" Wetende dat het spul vermoedelijk uit dezelfde fabriek komt, knikte ik bevestigend. De neusspray werd voor mij op de balie gezet. Terwijl ik geld uit mijn broekzak opdiepte wachtte ik op het onvermijdelijke 'of ik nog vragen over het product had'. Medewerkers van drogisterijen zijn tegenwoordig immers verplicht die vraag te stellen. Ik moet dan altijd wel lachen. Een zaterdaghulp van zestien lentes jong weet namelijk niet of bijvoorbeeld paracetamol gebruikt mag worden in combinatie met sommige medicijnen. Persoonlijk vind ik het hele gedoe een toneelstukje.

"U weet dat u dit middel niet langer dan een week mag gebruiken?" De bijbehorende priemende blik van de vrouw deed mij denken aan een vroegere lerares op de lagere school. Mijn vader zaliger typeerde dit soort vrouwen altijd als 'regelrechte afstammelingen van Kenau Simons Hasselaer'. Sprakeloos accepteerde ik haar terechtwijzing en verliet beduusd de zaak.

Het klopt inderdaad dat je verslaafd kunt raken aan een neusspray. Mensen die het spul te lang achter elkaar gebruiken, kunnen schade oplopen aan het neusslijmvlies. Maar om nou gelijk je klant te gispen...

Dus bij deze, beste drogisterijmevrouw: "Ik ben geen junk!"

Door: Koen Vugs