Een puberkind, altijd lastig!

columnEen van de grootste geneugtes tijdens de zomervakantie is het zitten op een schaduwrijk terras achter een vers getapt biertje. De mensen in de omgeving vormen het vermaak.

Het echtpaar dat op de kerkring van Ouddorp direct voor ons zat, kwam overduidelijk uit Duitsland. Dit viel af te leiden uit het grote glas waaruit de vader dronk; Duitsers verafschuwen nu eenmaal de kleine glazen waaruit wij Nederlanders bier drinken. Zijn vrouw sprak geagiteerd tegen hun puberzoon. Even tevoren had die zijn smartphone met veel gevoel voor theater op tafel gelegd. Nu keek hij obstinaat de andere kant op. Hoewel ik haar niet woordelijk kon verstaan, vermoedde ik dat de vrouw haar zoon trachtte te overtuigen van het feit dat mobiele telefoons en vakantieterrasjes nu eenmaal niet samengaan. Ik schatte de leeftijd van de jongen op veertien jaar. Hij droeg een zwart T-shirt met daarop een wit doodshoofd. De vader legde een hand op de onderarm van zijn vrouw. 'Laat hem maar even tot bedaren komen' leken zijn ogen te zeggen.

Ik gokte dat beide echtelieden elkaar op gevorderde leeftijd hadden ontmoet, en dat hun kinderwens daarom pas laat was ingevuld. Het joch moest dus zeer gewenst zijn. En daar zaten ze nu op een Ouddorps terras met hun puberende nageslacht. Ze leken mij slim genoeg om te weten dat de puberteit meestal van voorbijgaande aard is.
De komst van een flinke schaal borrelhapjes leek de jongen enigszins tot bedaren te brengen. Pa knipoogde naar zijn vrouw. De jongen wierp steelse blikken naar zijn smartphone en deed vervolgens een greep naar de gefrituurde dikmakers.

Ik acht de kans groot dat de jongen over een paar decennia zal terugkeren naar Ouddorp. Hij zal vol weemoed zijn kinderen het dorp tonen waar hij destijds met zijn inmiddels overleden ouders op vakantie ging. Misschien denkt hij dan ook nog terug aan deze dag.

Door Koen Vugs