Onderzoek brengt keuzes voor toekomst Zuiderdiep in beeld
Zondag 28 juni 2026
Met de oplevering van het definitieve onderzoeksrapport op 9 juni 2026 is een nieuwe fase begonnen in de besluitvorming over het Zuiderdiep op Goeree-Overflakkee. Ingenieursbureau Witteveen+Bos vergeleek in opdracht van waterschap Hollandse Delta vijf mogelijke inrichtingsvarianten voor het gebied. Het onderzoek moet duidelijk maken hoe het Zuiderdiep kan voldoen aan Europese eisen voor waterkwaliteit en vismigratie, terwijl ook rekening wordt gehouden met landbouw, natuur en kosten. Het waterschap wil in het najaar van 2026 een definitief besluit nemen.
De aanleiding voor het onderzoek is dat het huidige watersysteem van het Zuiderdiep niet voldoet aan Europese regels voor waterkwaliteit. Ook is er onvoldoende ruimte voor vismigratie. Volgens het waterschap sluit het huidige peilbeheer niet goed aan bij natuurlijke processen, met gevolgen voor de biodiversiteit en waterkwaliteit. Het waterschap is wettelijk verplicht om deze situatie te verbeteren.
Vijf varianten
In het onderzoek zijn vijf varianten met elkaar vergeleken: brakke variant, brak-minvariant, verplaatste dam-variant, overgangsvariant en zoete variant. Deze zijn beoordeeld op onder meer waterkwaliteit, natuur, landbouw, vismigratie en kosten.
Uit de analyse blijkt dat geen van de varianten alle doelen tegelijk haalt. Elke keuze betekent een afweging tussen natuurverbetering, landbouwbelangen en kosten.
Een belangrijk verschil tussen de varianten zit in de kosten. De brakke varianten en de variant met verplaatste dam vragen investeringen van ongeveer 130 tot 135 miljoen euro. Dat komt vooral doordat een nieuw afvoergemaal nodig is om water goed te kunnen afvoeren. Volgens het waterschap zijn deze ingrepen nodig om natuurontwikkeling en vismigratie mogelijk te maken.
De overgangsvariant en de zoete variant zijn veel goedkoper, met kosten van enkele miljoenen tot ongeveer 17 miljoen euro. Daar staat tegenover dat deze varianten minder ingrijpende veranderingen in het watersysteem opleveren.
De verschillen
De brakke variant laat het sterkste getij toe. Daardoor verandert het waterpeil elke dag en valt een groot gebied regelmatig droog. Dat levert de meeste ruimte op voor natuur. De brak-minvariant werkt op dezelfde manier, maar met minder sterke waterbewegingen. Daardoor is het natuurgebied kleiner, maar blijft wel sprake van getij.
De overgangsvariant verschilt, in dit geval is er geen dagelijks getij. Het water blijft stabiel en er ontstaat een geleidelijke overgang tussen zoet en zout water. Deze variant lijkt het meest op de huidige situatie en is vooral gericht op een praktische combinatie van functies.
Volgens het onderzoek leveren de brakke varianten de meeste winst op voor natuur en vismigratie, maar vragen ze ook de grootste aanpassingen en investeringen.
Zoet valt af
De zoete variant is met afstand de goedkoopste, maar komt niet als voorkeursvariant uit het onderzoek. Volgens de onderzoekers biedt deze variant minder verbetering voor natuur en vismigratie. Ook kan het lastiger worden om water te gebruiken voor landbouw in droge perioden.
Daarnaast wijst het waterschap erop dat de zoete variant afhankelijk blijft van de aanvoer van zoet water uit het Haringvliet. Door droogte en klimaatverandering kan die aanvoer in de toekomst onzeker worden. Volgens het onderzoek sluit deze variant daarom minder goed aan bij de wettelijke doelen.
Tussenoplossing
Omdat geen van de hoofdvarianten alle doelen haalt, is er na de informatieavond van 7 mei 2026 samen met een klankbordgroep een extra variant ontwikkeld: de ‘Verplaatste dam-plus variant’. Deze variant probeert de ecologische voordelen van de duurdere varianten te combineren met een forse kostenbesparing.
Door gebruik te maken van een doorlaatvoorziening kan water worden afgevoerd zonder dat een nieuw en kostbaar gemaal nodig is. Daarmee blijven de mogelijkheden voor natuurontwikkeling en vismigratie grotendeels behouden, terwijl de investering aanzienlijk lager kan uitvallen.
Daarbij wordt het gebied verdeeld in een westelijk brak deel en een oostelijk zoet deel. Met een aangepaste dam kan water via het havenkanaal bij Dirksland worden afgevoerd zonder nieuw gemaal. De technische uitwerking van deze variant loopt nog. De resultaten worden in juli 2026 verwacht.
Altijd aanvoer
Tijdens een informatieavond op 7 mei 2026 in Stellendam gaf het waterschap uitleg aan bewoners en andere belanghebbenden. In het verslag, dat op 1 juni 2026 is vastgesteld, kwamen vooral vragen naar voren over kwel, vismigratie en zoetwaterbeschikbaarheid. Het waterschap geeft aan dat de effecten van kwel beperkt blijven en dat in alle varianten mogelijkheden bestaan om zoet water aan te voeren voor de landbouw.
Na de verdere uitwerking volgt de politieke behandeling van het plan. In september bespreekt een commissie van het waterschap de uitkomsten. In oktober 2026 neemt de Verenigde Vergadering een besluit over de toekomst van het Zuiderdiep.
📧 Mail naar redactie@omroeparchipel.nl
📞 Bel naar 0187-682630
💬 Stuur een WhatsAppje naar 0187-609512
Zie je een fout in dit artikel, werkt iets niet goed of kom je een advertentie tegen die niet klopt? Laat het ons weten via redactie@omroeparchipel.nl. We kijken er graag naar.